Op 13 maart 2026 verscheen dit artikel in het Nieuwsblad over de verdeling van het huishouden, ik schreef er een blog over.
Als het pompen of verzuipen is, denk je niet na over de rolverdeling
Je springt ’s ochtends uit bed. De lunchboxen moeten klaar, de was gedraaid, de kinderen gewekt, jijzelf nog even fatsoenlijk aangekleed voor je om 8u30 ergens moet zijn. En ergens daartussen, terwijl je de melk inschenkt en tegelijk een schoolagenda ondertekent, zit er een stem in je hoofd die fluistert: dit klopt niet helemaal.
Je hebt geen tijd om naar die stem te luisteren. Want het is pompen of verzuipen.
Dat is precies wat veel moeders zeggen als ze gevraagd worden naar de taakverdeling thuis. Niet dat het eerlijk is. Niet dat ze er tevreden mee zijn. Gewoon dat ze niet anders konden. Dat de situatie het overnam, en zij mee.
Dit artikel gaat over dat moment. Over het systeem dat stilletjes het overnemen. En over wat er gebeurt als je daar jarenlang in meegaat zonder het te benoemen.
De rolverdeling die niemand koos, toch iedereen heeft
Het is niet zo dat koppels wakker worden en denken: laat ons dit heel ongelijk organiseren. Onderzoek laat keer op keer zien dat de meeste stellen, zeker voor de komst van kinderen, een gelijke verdeling voor ogen hebben. En toch verschuift er iets op het moment dat het gezin groeit.
Zij gaat minder werken. Hij niet, of in veel mindere mate. En vanaf dat moment is er een logica die moeilijk te stoppen is: wie minder werkt, doet meer thuis. Wie meer thuis doet, heeft het mentale overzicht. Wie het mentale overzicht heeft, is de onzichtbare projectmanager van het hele gezin.
Wetenschappers noemen dat laatste de mental load: alle onzichtbare taken die nodig zijn om het leven draaiende te houden. Niet het poetsen zelf, wel onthouden dat het moet. Niet de boodschappen doen, wel bijhouden wat er op is. Niet de tandarts bellen, wel bedenken dat er een afspraak gemaakt moet worden.
Dat denkwerk draait continu. Op de achtergrond, als een programma dat nooit afgesloten wordt. En het kost energie. Veel meer energie dan mensen beseffen.
“Het belang van een goede planning: zorg voor een goed evenwicht tussen werk en ontspanning. Niemand gaat dood van hard werken. Zolang er ook voldoende ontspanning tegenover staat.”
Omdat het gewoon zo groeide
Wat moeders zo vaak zeggen, is niet dat ze het wilden. Het is dat het zo gegroeid is. Dat niemand het besloot. Dat het er gewoon was, op een dag, en daarna ook de dag erna.
En dat is precies wat het zo moeilijk maakt om erover te praten. Want hoe klaag je over iets wat niemand jou heeft opgelegd? Hoe benoem je een last die onzichtbaar is en die je zelf mee hebt laten groeien?
Er is hier iets wat ik zie terugkomen in coachwerk en in gesprekken: het gevoel dat je geen recht hebt op je eigen uitputting. Anderen hebben het drukker. Hij helpt ook echt. Ik heb zelf ook gekozen om minder te werken. De redenering klopt ergens, tegelijk zorgt ze ervoor dat je jezelf jaar na jaar klein houdt.
“Zorg voor afwisseling in je planning: probeer de balans te vinden tussen energievretende en energiegevende zaken.”
Het lichaam dat meedeelt
Je hoofd kan zeggen dat het goed gaat. Je lichaam vertelt vaak een ander verhaal.
Chronische vermoeidheid. Snel geïrriteerd. Het gevoel dat je altijd aan staat, nooit echt aanwezig bent. Weinig zin in contact, ook met de mensen van wie je houdt. Een leeg gevoel achter een druk schema.
Dat zijn geen tekenen van zwakte. Dat zijn tekenen van een systeem dat te lang te zwaar heeft gedraaid zonder pauze.
Het onzichtbare werk, het plannen, coördineren, onthouden, bedenken, regelen, vraagt net zoveel energie als het zichtbare werk. Het wordt zelden gezien, nauwelijks besproken, en dus ook zelden erkend. Niet door de partner. Niet door de buitenwereld. En heel vaak ook niet door jezelf.
“Doe 3 keer per dag een activiteit die je energie geeft van 10 minuten of minder.
Doe minstens 1 keer per dag een activiteit die je energie geeft die langer dan 10 minuten duurt.”
Wat er eigenlijk nodig is
Er is geen simpele oplossing die ik je kan aanbieden. Geen lijstje met taken dat je morgen kunt herverdelen. Want de kern van het probleem zit dieper dan dat.
Het zit in de overtuiging dat jij het beter kunt. In het gevoel dat je het zelf moet loslaten, terwijl loslaten voelt als falen. In het patroon dat je meekreeg van thuis, van hoe jouw moeder het deed, van wat de maatschappij nog steeds zacht en hardnekkig van vrouwen verwacht.
Wat er nodig is, is dat je het eerst ziet. Dat je de last die je draagt benoemt, niet als klagen, wel als eerlijk kijken. Dat je erkent wat het je kost. En dat je van daaruit, zonder haast, gaat onderzoeken wat jij nodig hebt en wat er anders kan.
Soms begint dat in een gesprek. Met je partner, met een vriendin, of met iemand buiten je eigen leven. Iemand die meedenkt, zonder oordeel, over wat er onder die voortdurende drukte ligt.
“Check elke ochtend even in bij jezelf: hoeveel energie heb ik (in procent). Doe ’s avonds hetzelfde.
Als je energie ’s avonds veel lager is, kan je onderzoek doen naar welke momenten hiervoor zorgden.”
Jij bent meer dan de motor die alles draaiende houdt
Als het pompen of verzuipen is, tel je niet meer. Dan telt alleen nog het systeem.
Jij bent geen onderdeel van een systeem. Je bent een mens. Met behoeften, grenzen, wensen en een leven dat niet alleen uit zorgen voor anderen mag bestaan.
Als dit iets raakt, als je herkent wat hier staat en je al een tijdje het gevoel hebt dat er iets niet klopt, dan is dat al een begin. Je hoeft het niet groter te maken dan het is. En je hoeft het ook niet langer weg te stoppen.
Wil je daar eens over praten? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.